Bridgerubriek 20 juni 2026

Het spelen van zomerdrives is een goede manier om in de keuken van een ander te kijken. Kort overleg leidt vaak tot een gemene deler en schouderophalend wordt dan een gemist slem gewijd aan de summiere afspraken. Even goede vrienden en op naar het volgende spel.

Ik wil deze aflevering even stil staan bij de signalen. Over het attitudesignaal is er zelden discussie. Populair is tegenwoordig laag aan en dat is gemakkelijk. Distributie is lastiger. Hoog-laag of laag-hoog om een even aantal te vertellen is gangbaar. Aan het eind nog de afspraak dat we Lavinthal doen.

Easy genoeg, we beginnen:

W/-
V 7 3 2
H 8
B 9 8 3
10 7 6
A B
H 10 8 6 5 4
10 7 5 9 6 3
10 7 6 4 -
A B 8 2 H 9 4 3
9
A V B 4 2
A H V 5 2
V 5
 

Na twee passen opent Jeroen van Hoek met 2♠ en doubleert zuid. Ik steun met de westhand een rondje. Voornamelijk bedoeld om het ze lastig te maken en een beetje voor de start. Opnieuw volgen twee passen, maar zuid is nog niet weg en doubleert opnieuw.

Jo Simons denkt daar even over en komt dan met 4 op de proppen. Nu volgen drie passen en met het verlies van drie slagen in de zwarte kleuren scoort hij net 130. Als het hele spel duidelijk wordt, vermoed ik dat de meeste paren wel een weg vinden naar 4 en dat contract gaat down. Ik noteer het spel als dikke min.

Later bij inspectie van de resultaten zie ik dat alle paren die de hartenfit gevonden hebben tien slagen maken. Verrassend!

Aan alle tafels begint west met ♠A en dan moet oost duidelijk maken dat hij ruiten na wil hebben. Maar hoe doe je dat?

Een regel die nog niet overal bekend is werkt zo: als je een zeskaart hebt beloofd (sommigen zelfs al vanaf een vijfkaart) sein je met een middenkaart aan. Op dit spel zou ♠8 of 6 dus de boodschap overbrengen van ga maar door met schoppen. Een hoge kaart vraagt om een ruitenswitch en met een lage kaart wil je klaveren na.

Oost bekent dus met ♠10 en west speelt een kleine ruiten na. Ook die kaart heeft een vleugje Lavinthal. Nadat oost troeft, volgt een klaveren naar het aas en een tweede ruitenaftroever. Met ♣H incasseert oost tot slot de tweede downslag.

Dat je Lavinthal gebruikt om je kleurvoorkeur te vertellen als je niet kunt bekennen is dus maar een klein deel van dat hulpmiddel. Een nog minder gebruik zie je bij het volgende spel:

O/-
5
A B
B 8 6 2
V B 9 5 4 3
H 10 9 7 3
B 8 4
V 6 2 9 7 5 4
10 9 5 A H V 7 3
A 8 6
A V 6 2
H 10 8 3
4
H 10 7 2
 

Met Leo Moons als zuid en Henri Bruel op de noordstoel vergeet Jeroen een zwakke twee in ruiten te openen en begint zuid met 1♣. Ik volg 1♠ en het duurt even, maar Henri duikt diep in zijn biedbak en komt met 5♣ op de proppen. Vrees staat niet in zijn woordenboek.

Jeroen doubleert en iedereen past. Ik interpreteer het doublet als waarden en niet per se klaveren tegen. Bij de keus op de kleur waarmee ik ga beginnen, laat ik schoppen als eerste afvallen.

Ik kies voor harten in de hoop op H en een aas. Mis. De leider speelt B en na ampele overweging speelt hij troef voor mijn aas. Oost heeft 9 bijgespeeld en ik interpreteer dat als voorkeur voor schoppen. De schoppennakomst is ook in de vork en galant haalt zuid de laatste troef en gunt ons nog een ruitenslag.

De harten die oost bijspeelt in de eerste ronde moet weer een seintje zijn voor de kleur die west moet spelen als hij weer aan de beurt komt. Een distributiesignaal is nauwelijks zinvol en als je niet over de boer kunt is aan of af evenmin nuttig.

Met 4 vraagt oost dan om ruiten. Nadat west met ♣A weer aan de beurt komt, volgt ruiten. De vreugde is van korte duur als zuid de tweede ruiten al troeft. 5♣ Kan niet down en NZ scoren een top, want de rest bleef beleefd in de deelscore.

Zo af en toe maken ze een gedubbeld contract, maar er moet meer gedoubleerd worden vind ik.